De gemeente Den Haag ziet zich genoodzaakt duizenden parkeerboetes kwijt te schelden nadat het gerechtshof heeft geoordeeld dat de parkeertarieven niet op de juiste wijze bekend zijn gemaakt. De kern van het probleem ligt bij de publicatie van een essentiële bijlage bij het besluit tot invoering van betaald parkeren. Deze bijlage is volgens het hof niet conform de wettelijke publicatievoorschriften in het elektronische gemeenteblad gepubliceerd en is daardoor nooit rechtsgeldig in werking getreden.
De zaak kwam aan het licht nadat drie burgers met succes in hoger beroep gingen tegen hun parkeerboete. Hoewel zij in eerste aanleg ongelijk kregen, stelde het gerechtshof hen alsnog in het gelijk. Dat oordeel heeft bredere gevolgen: alle parkeerboetes die zijn opgelegd op basis van deze ondeugdelijk gepubliceerde regeling zijn juridisch kwetsbaar.
Hoewel de gemeente de publicatie inmiddels heeft hersteld, is zij het principieel oneens met de uitleg van het gerechtshof. Volgens het college van burgemeester en wethouders stelt het hof te strenge eisen aan digitale bekendmaking. Daarom is de gemeente in cassatie gegaan. Tegelijkertijd kiest zij voor een pragmatische ‘twee-sporenaanpak’: lopende bezwaar- en beroepsprocedures worden beëindigd en de betreffende boetes worden kwijtgescholden.
In totaal gaat het om circa 5.000 bezwaren en zo’n 600 gerechtelijke procedures. De financiële impact bedraagt naar schatting 952.000 euro. Volgens het college is deze keuze noodzakelijk om langdurige onzekerheid voor burgers te voorkomen, de uitvoeringslasten beheersbaar te houden en verdere proceskosten te vermijden.
Bekendmaking als constitutief vereiste
Deze zaak onderstreept het fundamentele belang van correcte bekendmaking van besluiten van algemene strekking. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) treedt een besluit pas in werking nadat het op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Wordt niet voldaan aan die vereisten, dan ontbreekt de juridische grondslag voor handhaving — ongeacht de inhoudelijke redelijkheid van het besluit.
Het gerechtshof maakt hier duidelijk dat digitale bekendmaking geen vormvrij alternatief is, maar aan strikte eisen moet voldoen. Een onjuist gepubliceerde bijlage kan niet worden “meegenomen” in een verder correct besluit.
Rechtszekerheid en legaliteitsbeginsel
Het oordeel van het hof sluit nauw aan bij het legaliteitsbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel. Burgers moeten kunnen vertrouwen op een duidelijke, toegankelijke en rechtsgeldige bekendmaking van regels die financiële verplichtingen opleggen. Indien onduidelijk is welke regels gelden — of of zij überhaupt gelden — kan handhavend optreden niet in stand blijven.
De keuze van de gemeente om boetes kwijt te schelden versterkt deze rechtszekerheid, ook al is zij het juridisch oneens met de uitspraak.
Digitalisering versus rechtsstatelijke waarborgen
Interessant is de principiële stelling van de gemeente dat het hof te streng is in zijn uitleg van digitale publicatie-eisen. Deze zaak raakt daarmee aan een bredere spanning tussen digitalisering van overheidshandelen en klassieke rechtsstatelijke waarborgen. Efficiënt digitaal publiceren ontslaat bestuursorganen niet van hun verantwoordelijkheid om strikt aan formele vereisten te voldoen.
Bestuurlijke pragmatiek
De gekozen twee-sporenaanpak laat zien hoe bestuursorganen soms bewust kiezen voor bestuurlijke pragmatiek boven juridische strijd. Hoewel cassatie wordt doorgezet, erkent de gemeente impliciet dat het risico op verdere vernietiging van boetes groot is. Het collectief kwijtschelden voorkomt precedentwerking in individuele zaken en beperkt schade.
Betekenis voor andere gemeenten
Deze uitspraak is relevant voor alle gemeenten die werken met digitale bekendmaking van lokale regelgeving, met name bij parkeerregimes, belastingen en andere heffingen. Een ogenschijnlijk kleine publicatiefout kan grote financiële en juridische gevolgen hebben.